Waarom regeringsvorming moeilijk is en niet altijd in de beste coalitie resulteert.

Beeld je een dorpje in aan een rivier. Het dorpje bevind zich aan beide oevers, hetgeen dat is problematisch is. De dichtst bijzijnde brug bevindt zich namelijk een kilometer verder. Dus komen de dorpelingen samen om te beslissen wat ze er aan gaan doen. Op de samenkomst blijken er opties te zijn: een brug (goedkoper dan een tunnel), een tunnel (anders kunnen de boten niet meer varen) en niets doen (want het is allemaal slecht voor het milieu). In het dorp wonen 19 mensen en de resultaten van de stemming zijn als volgt:

Brug 9
Tunnel 6
Niets 4

Er is dus geen meerderheid. Hoewel dat de brug het grootste deel van de mensen achter zich krijgt zegt de wet van het dorp (en dat is ook niet onlogisch) dat je met meer dan de helft moet zijn om te beslissen. Dus wordt er op zoek gegaan naar een coalitie en in dit geval kunnen elke twee partijen een meerderheid vormen. Om te zien hoe deze onderhandelingen zouden lopen is het belangrijk om te weten wat de tweede voorkeur is van de verschillende groepen. Mensen die voorstander zijn van een brug  zouden nog liever niets hebben dan een tunnel (“zo duur!”). De groep die liefst een tunnel heeft kiest voor een brug als de tunnel het niet haalt (“er moet toch iets zijn”) en de groep die eigenlijk niets wil kiest, als er dan toch iets moet komen, voor de tunnel (want dat is minder slecht voor het milieu dan de brug).

Met deze informatie weet je ook direct wat het beste zou zijn voor de maatschappij. Als we alle verschillende opties op een rijtje zetten krijgen we dit:

 

Brug Tunnel Niets
Aantal mensen dat hun eerste keuze krijgt 9 6 4
Aantal mensen dat hun tweede keuze krijgt 6 4 9
Aantal mensen dat hun derde keuze krijgt 4 9 6

 

Hier kan je duidelijk zien dat de brug eigenlijk het meest optimale resultaat zou zijn van de coalitievorming als je verondersteld dat de voorkeur van iedere inwoner even belangrijk is.

Maar stel dat je een onderhandelende partij bent die geen brug wil, dan ga je je daar niet zomaar bij neerleggen. Kijk maar: Laten we stellen dat Brug het initiatiefrecht heeft. Zij vragen natuurlijk aan Tunnel om mee te werken aan de brug aangezien een brug voor Tunnel de tweede keuze was. Maar Tunnel wilt natuurlijk veel liever een tunnel en beseft dat dat ook mogelijk is als Niets, voor wie de tunnel een tweede keuze is, meewerkt. Zij gaan naar Niets en zeggen:  “Kijk, als je met ons niet voor een tunnel gaat, dan gaan wij met Brug voor een brug gaan. Natuurlijk zal Niets geïnclineerd zijn om ja te zeggen, maar zij zijn slimmer en vragen voor wat bedenktijd. In die bedenktijd gaan ze naar Brug en zeggen gewoon hetzelfde: Vorm met ons een meerderheid om niets te doen, anders bouwen we een tunnel. De cirkel is rond. En ze kan theoretisch oneindig blijven doorgaan. Maar het evenwicht dat er in deze onderhandelingen ontstaat is labiel. Elke groep kan namelijk kiezen voor zekerheid, het aanbod aanvaarden en zo hun tweede keuze krijgen en hun derde keuze voorkomen. En het zou waarschijnlijk een kleine toegeving kunnen zijn die een groep over de lijn trekt, zeker met het risico om pas hun derde keuze te krijgen. Uiteindelijk zal er wel ergens een compromis gesloten worden omdat de personen die stemmen ook de mensen zijn die de onderhandelingen voeren.

Maar op de vraag wie er eerst zou toehappen biedt dit model geen antwoord. Het laat enkel zien dat deze stilstand mogelijk is en dat, als er een keuze wordt gemaakt, het in twee van de drie gevallen niet optimaal is. Maar het blijkt natuurlijk wel democratisch.

Als we dit vertalen naar de echte wereld, waar partijen hun acties en akkoorden moeten verdedigen tegenover een achterban en een kiespubliek is het veel logischer dat er niet gemakkelijk een beslissing valt. Stel dat Brug, de grootste partij, zou toegeven en een tunnel te bouwt met Tunnel. Dat is veel moeilijk uit te leggen aan een achterban en de kiezers. Maar stel dat er de andere twee niets te laten bouwen, kunnen ze ten minste zeggen dat ze de grootste partij hebben uitgesloten of de ziel van de kiezer genegeerd hebben. Hetgeen natuurlijk een stimulans is aan andere partijen om geen coalitie te vormen. Het is een nooit eindigende carroussel.

Conclusie: Ons huidige democratisch systeem is niet goed genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s