1LC

Ik ben heb mij doorheen de schooljaren altijd anders gevoeld dan mijn klasgenootjes. Maar een duidelijke uitzondering daarop was toch het eerste middelbaar. Ik zat toen in het beruchte 1LC van het Sint-Albertuscollege in Haasrode in het magische schooljaar 2001-2002. Ik zeg terecht berucht want wij waren niet de meest normale klas om verschillende redenen. Eerst en vooral waren wij een jongensklas: enkel jongens. Daarnaast waren we niet de meest rustige klas. Ik denk dat bijna iedereen bij ons wel een beetje adhd had. (Buiten misschien Bert.)  Ik herinner mij bijvoorbeeld levendig dat ik ooit ergens in wiskunde of Nederlands ben beginnen vechten met iemand. Dat was niet echt ruzie, maar eerder jongensgedrag. Daarna hebben we samen papiertjes mogen rapen en veel gelachen.

Maar hetgeen dat ik het meest van al meeneem uit mijn ervaringen met 1LC zijn toch de vragen. Als een machinegeweer vuurden wij vragen af op leerkrachten. “Waarom hebben katten zo’n ogen?” “Hoe ver is de aarde van de maan?” “Waarom zie je de maan soms overdag?” Wij wisten niet dat er zoiets bestond als een domme vraag, laat staan iets zoals een dom antwoord. Wij waren er van overtuigd dat de leerkrachten echt experts waren in hun vakgebied. Wij dachten dat zij alles wisten. Achteraf gezien besef ik dat dat wel irritant kon zijn, maar de reactie van de school was ronduit overdreven. Mijn ouders kregen -net als de andere ouders van de jongens uit mijn klas- een brief waarin zij vriendelijk verzocht werden aan hun kind te vragen om geen vragen meer te stellen. Alles zou wel duidelijk worden uit de les.

Dat was niet altijd het geval, maar we hielden onze mond dus meer. Elke impuls tot random kennis werd  ingeslikt en opgeborgen. Ik weet niet hoe het bij andere mensen ging in het eerste middelbaar, maar toen ik het volgende jaar in het Heilig Hart in Heverlee zat heb ik vaak genoeg de opmerking gekregen: “Gij stelt wel veel vragen hé.” “En later: “Je zou beter wat minder je hand opsteken.” Dit zijn geen uitspraken van leerkrachten maar wel van medeleerlingen. En die laatste opmerking was echt goed bedoeld. Het aanpassen van dat gedrag heeft mij op sociaal vlak geen windeieren gelegd. Maar nu ik op het einde van mijn universitaire carrière kom besef ik hoe negatief deze houding is. Doordat vragen in een groep van 20 ontmoedigd werd, ligt vragen stellen of beantwoorden in een groep van 100 zeker moeilijk. Proffen schreeuwen om interactie maar horen vaak enkel een echo. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat we in de lagere school en het middelbaar veel kunnen doen om studenten in het middelbaar participatiever te maken.

Kinderen worden curieus geboren. “Waarom,waarom,waarom?” lijkt soms alles te zijn dat een kind vraagt. Ook al kan dat soms vermoeiend zijn, laat dat het gedrag zijn dat we stimuleren, dat we belonen. Ik geloof dat kinderen niet zomaar hun curiositeit verliezen; niet zomaar stoppen met het onbevreesd beantwoorden van vragen. Maar dat we dat er op school professioneel uitstampen.

2 thoughts on “1LC

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s