Iedereen op de koffie

Waar je ook geld aan besteed, het geld komt uiteindelijk altijd terecht bij andere mensen.

Laat mij dit verder illustreren: Als je betaalt voor je koffie in een café, dan betaal je natuurlijk aan de kassa, en dat geld gaat naar de manager. Maar dat is niet het einde van het verhaal natuurlijk. De manager gebruikt dat geld om zijn personeel, de man die jou die koffie heeft gebracht, te betalen. Maar ook om nieuwe verbruiksgoederen (koffiebonen, servetten, etc) aan te kopen voor de klanten die na u komen. In die zin kunnen we ook zeggen dat een stuk van je geld gaat naar de materialen gaan die op voorhand aangekocht zijn om uw koffie te creëren: water, melk, koffiebonen, … Laten we hier wat dieper op ingaan: Naar wie gaat het geld dat de koffiewinkel geeft voor -bijvoorbeeld- de koffiebonen? De handelaar van wie ze de bonen kochten krijgt geld, maar moest zelf ook geld betalen voor die bonen. Met het verschil daarop betaald hij de schippers de de bonen verscheepten uit het zuiden, en natuurlijk ook zichzelf voor de moeite. Laten we stellen dat het geld dat de handelaar geeft voor de bonen rechtstreeks naar 1 boerencorporatie gaat die eigen land heeft: die betaald zijn boeren uit en koopt nieuwe materialen aan bij mensen die die materialen gemaakt hebben (we gaan ervan uit dat ze ook hun eigen zaden kweken en eigen waterput hebben). En het geld is op, en iedereen is betaald voor de bonen.

Iedereen. Valt het op dat al het geld naar mensen gaat? Dat is iets waarbij te weinig wordt stilgestaan. Geld gaat niet naar de planten of de meststof. Als we zeggen dat bonen een bepaalde prijs hebben, dan is dat de kostprijs om iedereen te betalen die er voor zorgt dat die bonen tot bij jou geraken. De 2€ die je betaalt voor je koffie wordt in heel kleine stukjes verdeeld over al de mensen die de koffie tot bij jou brachten. Je betaalt eigenlijk al die mensen voor werk te doen dat je niet kan of wil doen voor die prijs. Beeld je in dat je voor 2€ bonen moest planten, verzorgen, oogsten, transporteren, malen, koffie zetten (met water dat je zelf moest vinden en een koffiemachine die je zelf moest bouwen). Dat is natuurlijk zeer moeilijk. Daarom worden dingen en masse geproduceerd. Zoiets noemen economen schaalvoordelen. Maar zelfs als we daarmee rekening houden blijft 2€ zeer weinig. En het feit dat er overal langs de weg ook winsten worden gemaakt (het koffiehuis, de handelaar,..) doet toch de vraag rijzen hoe dat dat dan zo goedkoop kan zijn. Want het telen van koffiebonen is een zeer arbeidsintensief gebeuren (lees: veel mensen, weinig machines). Maar het is net daar dat de grootste besparing wordt gemaakt: mensen daar leven op hele lage lonen. Je kan natuurlijk (volledig terecht) argumenteren dat ons geld daar veel waard is, en dat zij meer kunnen kopen met ons geld dan wij hier. Maar dan nog krijgen zij lage lonen: mensen in arme ontwikkelingslanden spenderen gemakkelijk 50% van hun loon aan voedsel, terwijl dat voor ons mar rond de 15% is. Zij hebben niet de luxe om veel geld over te houden voor mooie kleren of een computer, laat staan een smartphone.

Een smartphone. We denken wel vaak dat dat duur is, maar als je het zelf in elkaar zou moeten steken zou je toch niet blij zijn met maar 600€. Als iedereen over heel het traject hetzelfde zou betaald worden als een Belg, dan zou je met 600€ niet toekomen, maar eerder een veelvoud nodig hebben. Met andere woorden: Als we over heel de wereld hetzelfde loon voor hetzelfde werk willen, zullen wij minder kunnen kopen. Of nog duidelijker: de ontwikkelingslanden kunnen niet rijk worden wonder dat wij armer worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s